Begrippen

Start Omhoog TCP/IP - OSI Model Protocol Data Units Cisco IOS Standards Organizations Network Commands It's a Network Routing and Switching Scaling Networks Connecting Networks Begrippen

0 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

0

 

A

ARP

.

APIPA

.

 

B

Broadcast domain

Een broadcast domain is een verzameling van netwerk nodes die allemaal dezelfde broadcast ontvangen. Een broadcast domain behoort tot het layer 2 gebied. De grens van een broadcast domain wordt gevormd door layer 3 apparaten zoals een router. Een router segmenteert zowel een broadcast domain alsook een collision domain.

 

 

C

CAM-tabel

Een switch is samengesteld uit geÔntegreerde schakelingen en de bijbehorende software die de data paden door de switch bestuurt. Voordat een switch weet welke poort het moet gebruiken om een frame te door te sturen, moet het eerst leren welke apparaten op elke poort bestaan. Zodra de switch de relaties van de poorten tot de apparaten leert, bouwt het een tabel op dat de MAC-adres wordt genoemd, ofwel  de content addressable memory (CAM) tabel. CAM is een speciaal type geheugen dat gebruikt wordt in high-speed opzoektoepassingen.

Cut-through switching

Cut-through switching begint met het doorsturen van een binnekomend frame nadat het MAC-adres van de bestemming en de egress poort is vastgesteld.

CRC (Cyclic Redundancy Check)

.

Collision domain

Een collision domain verzamelt alle Ethernet nodes die onderling concurreren voor het gebruik van de dezelfde bandbreedte. Een collision domain behoort tot een layer 1 gebied. De grenzen van het domein worden afgebakend door layer 2 apparaten (bridge/switch).

D

DHCP

.DORA Discover, Offer, Request, Answer

E

Egress Port

De term egress wordt gebruikt om te beschrijven waar frames het apparaat op een bepaalde poort verlaten.

E

.

F

Ingress Port

.

Frame

.

Fragment Free Switching

Fragment free switching is een aangepaste vorm van cut-through switching waarin de switch wacht tot het collision window (64 bytes) is gepasseerd alvorens het frame door te sturen. Dit betekent dat elk frame tot in het data veld gecontroleerd wordt om ervoor te zorgen dat er geen fragmentatie heeft plaatsgevonden. Fragmentatie vrije modus zorgt voor een betere foutcontrole dan cut-through, met vrijwel geen toename van de latentie.

Frame tagging

De verschillende methodes voor frame tagging zijn IEEE 802.1Q, welke de standaard methode is waar er een een veld van 4 bytes  aan het frame wordt toegevoegd. Een andere methode is de Inter-switch link (ISL). Deze laatste methode is enkel voor Cisco switches en is verouderd.

Fysieke topologie

Beschrijft hoe een netwerk er fysiek uitziet.

G

Giant Frame

.

H

H

.

I

Ingress Port

De term ingress wordt gebruikt om te beschrijven waar een frame het toestel binnenkomt op een poort

I

.

J

Jumbo frame

.

K

K

.

L

Logische topologie

Beschrijft hoe de knooppunten met elkaar communiceren.

M

MAC-adres

MAC staat voor "Media Access Control" en wordt ook wel hardware-adres of fysiek adres genoemd. Het zorgt ervoor dat apparaten in een ethernetnetwerk met elkaar kunnen communiceren. Vrijwel ieder netwerkapparaat heeft een vast, door de fabrikant bepaald MAC-adres. MAC-adressen zijn alleen lokaal relevant. Zodra een pakket een router passeert verandert zowel het bron- als bestemmings-MAC-adres..

MTU (Maximum Transfer Unit)

.

N

N

.

O

O

.

P

Packet

.

Q

 

R

Runt Frame

.

S

Store-and-forward switching

Store-and-forward switching maakt een beslissing om een frame pas door te sturen nadat zij het gehele frame heeft ontvangen en op fouten heeft gecontroleerd met behulp van een wiskundig-foutcontrole mechanisme dat bekend staat als een cyclische redundantiecontrole (CRC). De store-and-forward methode maakt het mogelijk om verschillende snelheden voor de ingress en egress poorten te gebruiken. Voor Cisco is dit de eerste switching methode.

Segment

.

T

Trunk

Een trunk is een interface die verschillende vlans met zich meedraagt. Het betreft een 100 Mbps of 1000 Mpbs point-to-point link tussen 2 switches of tussen een switch en een router. Er wordt ook gesproken van tagged ports met VLAN informatie (veld van 4 bytes) in het frame. Een trunk (niet-cisco) is ook binding van poorten om meer bandbreedte te creŽren (aggregated link, in cisco = port channel).

TopologieŽn

Een netwerk kun je beschrijven en indelen volgens fysieke en logische topologie die werkt volgens een bustopologie, stertopologie of ringtopologie. Een fysieke topologie is hoe het netwerk er fysisch uitziet en een logische topologie is hoe de knooppunten met elkaar communiceren. Bijvoorbeeld: een netwerk TP bekabeling betreft een fysieke stertopologie en een logische bustopologie, een coax-bekabeling betreft een fysieke topologie en een logische bustopologie en token-ring betreft een fysieke stertoplogie en een logische tingtopologie.

 

U

U

.

V

VTP

Het doel van een VLAN Trunking Protocol is het besturen van alle geconfigureerde VLANs over een switched netwerk. Dit laat toe om VLANs te creŽren, te verwijderen of te hernoemen. Men spreekt ook wel over een VLAN domein wat eigenlijk een administratieve omgeving is waarin VLANs werken. Er zijn een aantal VTP modes of operation, namelijk Server (default: creŽren, verwijderen, wijzigen van VLANs), CliŽnt (updaten ontvangen en zenden mogelijk, geen veranderingen, geen vlans toevoegen), Transparant (geen lid van VTP domein, info wordt wel geforward).

W

W

.

X

 

Y

 

Z

Z

.