Begrippen

Start Omhoog Computersystemen Besturingssystemen Processen Threads Gelijktijdigheid: Wederzijdse uitsluiting Gelijktijdigheid: deadlock en utisterving Geheugenbeheer Virtueel geheugen Uniprocessor planning Multiprocessor en real-time planning Bestandsbeheer I/O beheer en schijfplanning Bash Powershell Begrippen

0 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

0

 

A

Adresruimte

Het bereik van adressen dat beschikbaar voor een computerprogramma.

Adresvertaler

Transformeert virtuele adressen naar echte adressen.

Application programming interface (API)

Een gestandaardiseerde bibliotheek van programmeerhulpmiddelen die gebruikt worden door software-ontwikkelaars om applicaties te schrijven die compatibel zijn met een specifiek besturingssysteem of grafische user interface.

Asynchrone bewerking

Een bewerking die voor een bepaalde gebeurtenis optreedt zonder regelmatige of voorspelbare tijd relatie, bijvoorbeeld het aanroepen van een fout diagnostische routine die de besturing mag mogen ontvangen tijdens de uitvoering van een computerprogramma.

B

Base adres

Een adres dat wordt gebruikt als de bron bij het berekenen van adressen in de uitvoering van een computerprogramma.

Batchverwerking

Met betrekking tot de techniek van het uitvoeren van een set van computerprogramma's, zodat elke wordt voltooid voordat het volgende programma van de set wordt gestart.

Beowulf

Definieert een klasse van geclusterde computers die zich richt op het minimaliseren van de prijs-prestatieverhouding van het totale systeem, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om de berekening uit te voeren waarvoor het wordt gebouwd. De meeste Beowulf systemen worden uitgevoerd op Linux-computers.

Bericht

Een blok van de informatie die uitgewisseld kan worden tussen processen als een communicatiemiddel.

Bestand

Een set van gerelateerde records behandeld als een eenheid.

Bestandsbeheersysteem

Een set van de systeemsoftware die diensten aan gebruikers en toepassingen biedt in het gebruik van bestanden, inclusief toegang tot bestanden, directory onderhoud en toegangscontrole.

Bestandsorganisatie

 De fysieke volgorde van de records in een bestand, zoals bepaald door de toegangsmethode gebruikt om ze op te slaan en op te halen.

Besturingssysteem

Software die de uitvoering van programma controleert en dat diensten levert, zoals de toewijzing van bronnen, planning, input/output-controle en gegevensbeheer.

Bevoorrechte instructie

Een instructie die enkel uitgevoerd kan worden in een bepaalde modus, meestal door een controleprogramma.

Binaire semafoor

Een semafoor die alleen de waarden 0 en 1 aanneemt. Een binaire semafoor staat slechts één proces of thread toe om tegelijk toegang tot een gezamenlijke kritieke bron hebben.

Blok

(1) Een verzameling van aaneengesloten gegevens die zijn opgenomen als een eenheid; eenheden zijn gescheiden door reeksen blokken. (2) Een groep van bits die als een eenheid worden verzonden.

B-tree

Een techniek voor het organiseren indexen. Om de toegang tot een minimum te houden, slaat het de gegevens sleutels op in een evenwichtige hiërarchie die zich voortdurend heroriënteert als items worden geplaatst en verwijderd. Dus alle knooppunten hebben steeds hetzelfde aantal sleutels.

Busy waiting

De herhaalde uitvoering van een lus van code terwijl dat het wacht op een evenement.Boomstructuur (tree)

C

Cachegeheugen

Een geheugen dat kleiner en sneller is dan het hoofdgeheugen en dat geplaatst wordt tussen de processor en het hoofdgeheugen. De cache werkt als een buffer voor recent gebruikte geheugenplaatsen.

Centrale verwerkingseenheid (CPU)

Dat gedeelte van een computer dat instructies ophaalt en uitvoert. Het bestaat uit een rekenkundige en logische eenheid (ALU), een besturingseenheid, en registers. Dikwijls eenvoudigweg aangeduid als een processor.

Cliënt

Een proces dat diensten aanvraagt door het sturen van berichten naar de serverprocessen.

Cluster

Een groep van onderling verbonden, geheel samenwerkende computers als een verenigde verwerkende-bron die de illusie van een machine kan creëren. De term gehele computer betekent een systeem dat zowel op zichzelf kan draaien, apart van het cluster.

Communicatie architectuur

De hardware en software structuur die de functies van communicatie implementeert.

Compaction

Een techniek die gebruikt wanneer het geheugen opgedeeld is in delen van variabele grootte. Van tijd tot tijd, verschuift het besturingssysteem de delen, zodat ze aangrenzend zijn en dat al het vrije geheugen samen in één blok komen te zitten. Zie externe fragmentatie.

D

Database

Een verzameling van samenhangende data, vaak met gecontroleerde redundantie, georganiseerd volgens een schema om voor één of meer toepassingen te dienen; gegevens worden opgeslagen zodat ze door verschillende programma's kunnen worden gebruikt zonder zorg voor de gegevensstructuur of organisatie. Een gemeenschappelijke aanpak wordt gebruikt om nieuwe gegevens toe te voegen en aan te passen en de bestaande gegevens op te halen.
De fysieke volgorde van de records in een bestand, zoals bepaald door de toegangsmethode gebruikt om ze op te slaan en op te halen.

Deadlock detectie

Een techniek waarbij gevraagde bronnen, indien beschikbaar, altijd toegestaan worden. Periodiek voert het besturingssysteem testen uit voor impasse.

Deadlock preventie

Een techniek die garandeert dat er geen deadlock zal optreden. Preventie wordt bereikt door ervoor te zorgen dat er niet aan de noodzakelijke voorwaarden voor de impasse wordt voldaan.

Deadlock vermijding

Een dynamische techniek die iedere nieuwe bron verzoek op een deadlock onderzoekt. Als het nieuwe verzoek zou kunnen leiden tot een impasse, dan wordt het verzoek afgewezen.

Deadlock

(1) Een impasse die optreedt wanneer meerdere processen wachten op de beschikbaarheid van een bron die niet beschikbaar komt omdat het wordt vastgehouden door een ander proces dat in een vergelijkbare wachttoestand zit. (2) Een impasse die optreedt wanneer meerdere processen wachten voor een actie of door een reactie van een ander proces dat in een vergelijkbare wachttoestand zit.

Demand paging

De overdracht van een pagina uit het secundair geheugen naar het hoofdgeheugen op het moment dat dit nodig is. Vergelijk met prepaging.

Direct Memory Access (DMA)

Een vorm van I/O, waarbij een speciale module, genaamd een DMA-module, de uitwisseling van gegevens bestuurt tussen het hoofdgeheugen en een I/O-apparaat. De processor stuurt een verzoek om overdracht van een gegevensblok aan de DMA-module en wordt enkel onderbroken nadat het hele blok is overgebracht.

Directe toegang

De mogelijkheid om gegevens uit een opslagapparaat te verkrijgen of om gegevens in te voeren in een opslagapparaat in een reeks onafhankelijk van hun relatieve positie door middel van adressen die de fysieke locatie van de gegevens aangeven.

Disk cache

Een buffer, meestal bewaard in het hoofdgeheugen, die fungeert als een cache van schijfblokken tussen het schijfgeheugen en de rest van het hoofdgeheugen.

Dispatch

Om tijd op een processor toe te wijzen voor jobs of taken die klaar zijn voor uitvoering.

Dynamische verplaatsing

Een proces dat tijdens de uitvoering nieuwe absolute adressen toewijst aan een computer programma, zodat het programma uitgevoerd kan worden vanaf een ander gebied van de hoofdopslag.

E

Echte adres

Een fysiek adres in het hoofdgeheugen.

Encryptie

De conversie van platte tekst of gegevens in onbegrijpelijk vorm door middel van een omkeerbare wiskundige berekening.

Externe fragmentatie

Treedt op wanneer het geheugen wordt verdeeld in delen van variabele grootte die overeenkomen met de blokken data die toegewezen zijn aan het geheugen (bijvoorbeeld segmenten hoofdgeheugen). Als segmenten worden verplaatst in en uit het geheugen ontstaan er gaten tussen de bezette delen van het geheugen.

F

File Allocation Table (FAT)

Een tabel dat aangeeft waar de fysieke locatie op secundaire opslag van een bestand is toegewezen. Er is een file allocation table voor elk bestand.

First come first served (FCFS)

Hetzelfde als FIFO.

First in first out (FIFO)

Een wachtrij techniek waarbij het volgende item te worden opgehaald het item is dat voor de langste tijd in de wachtrij zit.

Frame

In gepagineerde virtuele opslag, een blok hoofdgeheugen van vaste lengte die wordt gebruikt om een ​​pagina van virtueel geheugen vast te houden.

Fysiek adres

De absolute locatie van een eenheid van data in het geheugen (bijvoorbeeld byte of woord in het hoofdgeheugen, blok op secundaire geheugen).

G

Gang planning

De planning van een set gerelateerde threads om uitgevoerd te worden op een reeks van processoren tegelijkertijd, op een één-op-één basis.

Gedistribueerd besturingssysteem

Een gemeenschappelijk besturingssysteem gedeeld door een netwerk van computers. Het gedistribueerd besturingssysteem biedt ondersteuning voor de communicatie tussen, proces migratie, wederzijdse uitsluiting en het voorkomen of opsporen van een impasse.

Geheugen cyclustijd

De tijd die duurt om een ​​woord te lezen van of een woord te schrijven naar het geheugen. Dit is het omgekeerde van de snelheid waarmee woorden uit gelezen of geschreven kunnen worden naar het geheugen.

Geheugen verdeling

Het onderverdelen van de opslag in onafhankelijke secties.

Geïndexeerd sequentiële bestand

Een bestand waarin gegevens zijn gerangschikt volgens de waarden van een sleutelveld. Het hoofdbestand is aangevuld met een index-bestand dat een gedeeltelijke lijst van de belangrijkste waarden bevat; de index geeft een opzoekingsvermogen om snel het gewenste record te bereiken.

Geïndexeerd sequentiële toegang

Met betrekking tot de organisatie en de toegang tot de gegevens van een opslag structuur door middel van een index van de sleutels die zijn opgeslagen in willekeurig verdeelde sequentiële bestanden.

Geïndexeerde bestand

Een bestand waarin records worden benaderd op basis van de waarde van sleutel velden. Een index is vereist dat de plaats van elk record wijst op de basis van elke sleutelwaarde.

Geïndexeerde toegang

Met betrekking tot de organisatie en de toegang tot de gegevens van een opslag structuur via een afzonderlijke index voor de locaties van de opgeslagen gegevens.

Geketende lijst

Een lijst waarin gegevenselementen kunnen worden gedispergeerd maar waarin elk element een identificatie bevat voor het lokaliseren van het volgende element.

Gelijktijdigheid

Met betrekking tot processen of threads die plaatsvinden binnen een gemeenschappelijk tijdsinterval waarin kunnen ze afwisselend gemeenschappelijke bronnen delen.

Geprogrammeerde I/O

Een vorm van I/O, waarin de CPU een I/O-commando aan een ​​I/O-module geeft en dan moet wachten tot de operatie voltooid is alvorens verder te gaan.

H

Hash-bestand

Een bestand waarbij records worden benaderd volgens de waarden van een sleutelveld. Hashing wordt gebruikt om een record te vinden op basis van de sleutelwaarde.

Hashing

De keuze van een opslaglocatie voor een element van gegevens door de berekening van het adres als functie van de inhoud van deze data. Deze techniek compliceert de toewijzingsopslag functie, maar resulteert in een snelle willekeurige ophaling.

Herbruikbare bron

Een bron die veilig gebruikt kan worden door slechts één proces tegelijk en niet uitgeput kan raken door dit gebruik. Processen verkrijgen herbruikbare bron-eenheiden die ze later vrijgeven voor hergebruik door andere processen. Voorbeelden van herbruikbare bronnen zijn processors, I/O-kanalen, hoofd- en secundaire geheugen, apparaten en datastructuren zoals bestanden, databases en semaforen.

Hit ratio

In een twee-niveau geheugen, de fractie van alle benaderingen tot het geheugen die gevonden zijn in het snellere geheugen (bijvoorbeeld de cache).

Hoofd geheugen

Geheugen dat intern in de computersysteem zit, programma adresseerbaar is, en voor verdere uitvoering of verwerking in de registers geladen kan worden.

I

Ingeschakelde interrupt

Een conditie, meestal door het besturingssysteem gemaakt, waarin de processor zal reageren op interrupt verzoek signalen van een specifieke categorie.

Instructie cyclus

De periode waarin een instructie wordt opgehaald uit het geheugen en uitgevoerd wordt wanneer een computer een instructie in machinetaal krijgt.

Interne fragmentatie

Treedt op wanneer het geheugen is verdeeld in vaste grootte partities (bijvoorbeeld, pagina frames in het hoofdgeheugen, fysieke blokken op schijf). Als een gegevensblok aan een of meer partities wordt toegewezen, dan kan er in de laatste partitie verspilde ruimte zijn. Dit zal gebeuren als het laatste gedeelte van de data kleiner is dan de laatste partitie.

Interrupt handler

Een routine, meestal een deel van het besturingssysteem. Wanneer een onderbreking optreedt, wordt de besturing overgebracht naar de overeenkomstige interrupt handler, die enige gevolg geeft in reactie op de conditie die de interrupt veroorzaakt heeft.

J

Job Control Language (JCL)

Een probleem georiënteerde taal die is ontworpen om statements in een job uit te drukken die gebruikt worden om de job te identificeren of om de eisen aan het besturingssysteem kenbaar te maken.

K

Kernel mode

Een bevoorrechte wijze van uitvoering gereserveerd voor de kernel van het besturingssysteem. Gewoonlijk biedt kernel modus toegang tot de gebieden van het hoofdgeheugen die niet beschikbaar zijn voor processen die uitgevoerd worden in een minder geprivilegieerde modus, en ook schakelt ook de uitvoering van bepaalde machine instructies in die beperkt zijn tot de kernel mode. Ook wel aangeduid als het systeem modus of bevoorrechte modus.

Kernel

Een gedeelte van het besturingssysteem dat de meest gebruikte delen van de software bevat. In het algemeen is de kernel permanent opgeslagen in het hoofdgeheugen. De kernel loopt in een bevoorrechte modus en reageert op oproepen van processen en interrupts van apparaten.

Kritieke sectie

In een asynchrone procedure van een computerprogramma, een deel dat niet tegelijkertijd kan uitgevoerd worden met een bijbehorende kritieke sectie van een andere asynchrone procedure. Zie wederzijdse uitsluiting.

Kwaadaardige software

Alle software is ontworpen om schade aan of gebruik maakt van de middelen van een doelcomputer. Kwaadaardige software (malware) wordt vaak verborgen binnen of doet zich voor als legitieme software. In sommige gevallen verspreidt het zich voor verdere uitvoering of verwerking naar andere computers via e-mail of geïnfecteerde schijven. Soorten kwaadaardige software zijn onder andere virussen, Trojaanse paarden, wormen, en verborgen software voor de lancering van denial-of-service-aanvallen.

L

Last in first out (LIFO)

Een wachtrij techniek waarbij het volgende item te worden opgehaald het item is die voor het laatst in de wachtrij is geplaatst.

Lichtgewicht proces

Een thread.

Livelock

Een toestand waarbij twee of meer processen continu hun toestand wijzigen in reactie op veranderingen in de andere proces(sen) zonder ervoor nuttig werk te doen. Dit is vergelijkbaar met impasse waarin geen vooruitgang wordt geboekt, maar het verschilt in dat noch proces wordt geblokkeerd of aan het wachten is op iets.

Logisch adres

Een verwijzing naar een geheugen locatie onafhankelijk van de huidige toewijzing van gegevens aan het geheugen. Een vertaling moet aan een fysiek adres gemaakt worden voor het geheugen kan worden bereikt.

Logische record

Een record onafhankelijk van zijn fysieke omgeving; gedeelten van een logische record kan zich in verschillende fysieke records of meerdere logische records of delen van logische records mogen in één fysieke record gevestigd worden.

Lokaliteit van referentie

De tendens van een processor om dezelfde reeks geheugenlocaties herhaaldelijk gedurende een korte tijdsperiode te benaderen.

M

Macrokernel

Een groot besturingssysteemkern die een breed scala aan diensten levert.

Microkernel

Een klein bevoorrecht besturingssysteemskern van dat voorziet in procesplanning, geheugenbeheer, en communicatie diensten en op andere processen vertrouwt om een ​​deel van de functies uit te voeren die traditioneel geassocieerd is met de kernel van het besturingssysteem.

Mode switch

Een hardware-operatie die voorkomt dat zorgt dat de processor in een andere modus (kernel of proces) gaat uitvoeren. Wanneer de modus schakelt van proces naar kernel, worden de programma teller, processor-status woord en andere registers opgeslagen. Wanneer de modus schakelt van kernel naar proces wordt deze informatie hersteld.

Monitor

Een programmeertaal constructie die variabelen, toegangsprocedures en initialisatiecode in inkapselt in een abstract datatype. Variabele van de monitor mag alleen worden geraadpleegd via de toegang van zijn procedures en slechts één proces kan op een bepaald moment actief toegang hebben tot de monitor. De toegangsprocedures zijn kritieke secties. Een monitor kan een wachtrij van de processen hebben die wachten op toegang.

Monolithische kernel

Een grote kernel met daarin nagenoeg een compleet besturingssysteem, met inbegrip van planning, bestandssysteem, apparaatdtuurprogramma's en geheugenbeheer. Alle functionele onderdelen van de kernel hebben toegang tot alle interne data structuren en routines. Typisch wordt een monolithische kernel geïmplementeerd als een enkel proces, waarin alle elementen dezelfde adresruimte delen.

Multilevel beveiliging

Een mogelijkheid die toegangscontrole op meerdere niveaus van de indeling van de gegevens afdwingt.

Multiprocessing

Een manier van werken die voorziet in parallelle verwerking door twee of meer processors van een multiprocessor.

Multiprocessor

Een computer met twee of meer processors die gemeenschappelijke toegang tot een hoofdgeheugen hebben.

Multiprogrammering level

Het aantal processen die gedeeltelijk of volledig resident in het hoofdgeheugen zijn.

Multiprogrammering

Een manier van werken die voorziet in de verweven uitvoering van twee of meer computer programma's één processor. Hetzelfde als multitasking met verschillende terminologie.

Multitasking

Een manier van werken die voorziet in de gelijktijdige uitvoering of verweven uitvoering van twee of meer verwerkende taken. Hetzelfde als multiprogrammering met verschillende terminologie.

Mutex

Vergelijkbaar met een binaire semafoor. Een belangrijk verschil tussen de twee is dat het proces dat de mutex vergrendelt (stelt de waarde op nul) degene moet zijn om het te ontgrendelen (stelt de waarde 1). Daarentegen is het mogelijk dat een proces een ​​binaire semafoor vergrendeld en anderzijds ontgrendeld.

N

Niet-gepriviligeerde toestand

Een uitvoeringscontext dat niet toelaat om gevoelige hardware instructies uit te voeren, zoals de halt instructie en I/O-instructies.

Niet-uniforme geheugentoegang (NUMA) multiprocessor

Een gedeeld geheugen multiprocessor waarin de toegangstijd van een bepaalde processor naar een woord in het geheugen varieert met de locatie van het geheugenwoord.

O

Object verzoekmakelaar

Een entiteit in een objectgeoriënteerde systeem dat fungeert als intermediair van verzonden verzoeken van een client naar een server.

Onderbreking

Een suspensie van een proces, zoals het uitvoeren van een computerprogramma, veroorzaakt door een gebeurtenis buiten dat proces en uitgevoerd op zodanige wijze dat het proces kan worden hervat.

P

Pagina fout

Treedt op wanneer de pagina een woord bevat waarnaar verwezen wordt niet in het hoofdgeheugen zit. Dit veroorzaakt een interrupt en vereist dat de juiste pagina in het hoofdgeheugen wordt gebracht.

Pagina

In virtuele opslag, een vaste lengte blok dat een virtueel adres heeft en dat is overgedragen als een eenheid tussen hoofdgeheugen en secundair geheugen.

Paginaframe

Een vaste-grootte aaneengesloten blok geheugen gebruikt om een ​​pagina te bevatten.

Paginering

De overdracht van de pagina's tussen het hoofdgeheugen en secundair geheugen.

Pipe

Een circulaire buffer waardoor twee processen in staat zijn om te communiceren in producent-consument model. Aldus is het een first-in-first-out wachtrij, door een proces geschreven door een andere gelezen. In sommige systemen wordt de pipe gegeneraliseerd om ieder ​​item in de wachtrij toe te staan om geselecteerd te worden voor consumptie.

Planning

Om jobs of taken te selecteren die worden verzonden. In sommige besturingssystemen kunnen ook andere werkeenheden, zoals de input/output operaties ook worden gepland.

Postbus

Een door een aantal processen gedeelde gegevensstructuur die gebruikt wordt als een wachtrij voor berichten. Berichten worden naar de mailbox verzonden en opgehaald uit de mailbox in plaats van het rechtstreeks doorgeven van zender naar ontvanger.

Preemption

Een bron van een proces terugvorderen voordat het proces is voltooid.

Prepaging

Het ophalen van andere pagina's dan diegene die gevraagde zijn door de paginafout. De hoop is dat de extra pagina's in de nabije toekomst nodig zullen zijn, wat het disk I/O beperkt. Vergelijk demand paging.

Prioriteit inversie

Een omstandigheid waarin het besturingssysteem een hogere prioriteitstaak dwingt om te wachten op een lagere prioriteitstaak.

Privileged modus

Zelfde als kernel mode.

Proces beeld

Alle delen van een werkwijze, zoals programmadata, stack en procesbesturingsblok.

Proces migratie

De overdracht van een voldoende hoeveelheid van de toestand van een proces van de ene machine naar de andere, zodat het proces op de doelmachine uitgevoerd kan worden.

Proces spawning

De creatie van een nieuw proces door een ander proces.

Proces

Een programma in uitvoering. Een werkwijze dat door het besturingssysteem gecontroleerd en gepland wordt. Zelfde als taak.

Procescontroleblok

De manifestatie van een proces in een besturingssysteem. Het is een gegevensstructuur met informatie over de eigenschappen en toestand van het proces.

Processor

In een computer, een functionele eenheid die instructies interpreteert en uitvoert. Een processor bestaat uit ten minste een instructie besturingseenheid en een rekeneenheid.

Proces-term

Zelfde als procescontroleblok.

Procestoestand

Alle informatie die het besturingssysteem nodig heeft om een ​​proces te beheren en dat de processor nodig heeft om goed te kunnen uitvoeren. De procestoestand bevat ook de inhoud van de verschillende processorregisters, zoals de programmateller en data registers; het bevat ook nuttige informatie voor het besturingssysteem, zoals de prioriteit van het proces of het proces aan het wachten is voor de voltooiing van een bepaalde I/O gebeurtenis. Zelfde als uitvoeringscontext.

Proceswisseling

Een bewerking die de processor van proces tot proces laat wisselen, door het opslaan van alle procesbesturingsblokken, registers en andere informatie van het eerste en hen te vervangen door de procesinformatie van de tweede.

Programma teller

Instructie-adres register.

Programma-status woord (PSW)

Een register of reeks van registers die conditie codes, uitvoering modus en andere status informatie bevat die de toestand van een proces weergeeft.

Q

 

R

Race conditie

Situatie waarin meerdere processen gedeelde gegevens openen en bewerken met het resultaat dat afhangt van de relatieve timing van de processen.

Reactietijd

In een gegevenssysteem, de verstreken tijd tussen het einde van de overdracht van een aanvraagbericht en het begin van de ontvangst van een antwoordbericht, gemeten aan het aanvraagterminal.

Real-time systeem

Een besturingssysteem dat taken moet plannen en beheren in real-time.

Real-time taak

Een taak die wordt uitgevoerd in verbinding met een proces of functie of een reeks van gebeurtenissen extern van het computersysteem en dat moet voldoen aan een of meer deadlines om effectief en correct met de externe omgeving te kunnen communiceren.

Record

Een groep van gegevens behandeld als een eenheid.

Reentrant procedure

Een routine die kan worden ingevoerd voor de voltooiing van een eerdere uitvoering van dezelfde routine en correct uitvoert.

Registers

Interne hogesnelheidsgeheugen van de CPU. Sommige registers zijn voor de gebruiker zichtbaar - dat wil zeggen, voor de programmeur beschikbaar via de machine instructieset. Andere registers worden alleen voor controledoeleinden door de CPU gebruikt.

Relatief adres

Een adres berekend als een verplaatsing van een basis adres.

Remote Procedure Call (RPC)

Een techniek waarbij twee programma's op verschillende machines op elkaar inwerken met de procedure call/return syntaxis en semantiek. Zowel de oproepend en opgeroepen programma gedragen zich alsof het partnerprogramma op dezelfde machine loopt.

Rendezvous

Een conditie in de berichtuitwisseling de waarbij zowel de verzender als de ontvanger van een bericht geblokkeerd worden totdat het bericht wordt afgeleverd.

Resident set

Dat gedeelte van een proces dat op een bepaald moment daadwerkelijk in het hoofdgeheugen zit. Vergelijk met werkset.

Round robin

Een planningsalgoritme waarin processen in een bepaalde cyclische orde geactiveerd worden; dat wil zeggen dat alle processen in een cirkelvormige wachtrij zitten. Een proces dat niet verder kan gaan, omdat het op een bepaalde gebeurtenis wacht (bv beëindiging van een childproces of een input/output bewerking) geeft controle over aan de planner.

S

Schijftoewijzigstabel

Een tabel die aangeeft welke blokken op secundaire opslag vrij zijn en beschikbaar voor de toewijzing aan bestanden.

Secundaire geheugen

Geheugen dat buiten het computersysteem zelf bevindt; dat wil zeggen, dat het niet direct verwerkt kan worden door de processor. Het moet eerst gekopieerd worden naar het hoofdgeheugen. Voorbeelden zijn disk en tape.

Segment

In het virtuele geheugen, een blok dat een virtueel adres heeft. De blokken van een programma kunnen ongelijke lengte hebben en kunnen zelfs een dynamisch variërende lengte hebben.

Segmentatie

De verdeling van een programma of toepassing in segmenten als onderdeel van een virtueel geheugenschema.

Semafoor

Een integer waarde die gebruikt wordt voor signalering tussen processen. Slechts drie bewerkingen kunnen worden uitgevoerd op een semafoor, die allemaal atomair zijn: initialiseren, verlagen en verhogen. Afhankelijk van de exacte definitie van de semafoor kan de verlagingsbewerking tot het blokkeren van een proces leiden, en de toenamebewerking kan leiden tot het deblokkeren van een proces. Ook bekend als een tellende semafoor of een algemene semafoor.

Sequentiële bestand

Een bestand waarin gegevens zijn gerangschikt volgens de waarden van één of meer sleutelvelden en in dezelfde volgorde vanaf het begin van het bestand verwerkt worden.

Sequentiële toegang

De mogelijkheid om gegevens in te voeren in een opslagapparaat of een gegevensdrager in dezelfde volgorde als de gegevens zijn gerangschikt, of gegevens te verkrijgen in de volgorde waarin ze zijn ingevoerd.

Server

(1) Een proces die reageert op verzoeken van cliënten via berichten. (2) In een netwerk, een data-station dat faciliteiten aan andere stations biedt; bijvoorbeeld, een bestandsserver, een printserver, een mailserver.

Sessie

Een verzameling van één of meer processen die een interactieve gebruikerstoepassing of besturingssysteemfunctie vertegenwoordigt. Alle toetsenbord en muis-ingangen worden naar de voorgrondsessie en alle uitvoer van de voorgrondsessie wordt gedirigeerd naar het beeldscherm.

Shell

Het gedeelte van het besturingssysteem dat interactieve user commando's en Job Control Language commando interpreteert. Het functioneert als een interface tussen de

Spin slot

Wederzijdse uitsluitingsmechanisme waarbij een proces in een oneindige lus zit in afwachting van een waarde van een slot variabele die de beschikbaarheid aangeeft.

Spooling

Het gebruik van secundaire geheugen als bufferopslag om verwerkingsvertragingen bij de overdracht van gegevens tussen de randapparatuur en de verwerkers van een computer te verminderen.

Stack:

Een geordende lijst waarin items worden toegevoegd aan en verwijderd uit hetzelfde uiteinde van de lijst, de zogenaamde top. Dat wil zeggen de orde toegevoegd aan de lijst wordt gelegd op de bovenzijde en de orde van de lijst te verwijderen is het onderdeel dat de kortste tijd is in de lijst. Deze methode wordt gekenmerkt als last in first out.

Sterke semafoor

Een semafoor waarbij alle processen die wachten op dezelfde semafoor in de wachtrij staan ​​en uiteindelijk verder zullen gaan in dezelfde volgorde als ze de wait (P) bewerkingen hebben uitgevoerd (FIFO volgorde).

Stuurprogramma

Een besturingssysteem module (meestal in de kernel) die direct in werking staat met een apparaat of I/O-module.

Swapping

Een proces die de inhoud van een ruimte van het hoofdgeheugen met de inhoud van een gebied in het secundaire geheugen verwisselt.

Symmetrische multiprocessing (SMP)

Een vorm van multiprocessing dat toelaat dat het besturingssysteem uitgevoerd kan worden op elke beschikbare processor of meerdere beschikbare processors tegelijk.

Synchrone werking

Een bewerking die regelmatig of voorspelbaar optreedt met betrekking tot het optreden van een opgegeven gebeurtenis in een ander proces, bijvoorbeeld het oproepen van een input/output routine die besturing ontvangt op een vooraf gecodeerde locatie in een computerprogramma.

Synchronisatie

Situatie waarin twee of meer processen hun activiteiten coördineren op basis van een conditie.

Systeem-modus

Zelfde als kernel mode.

System bus

Een bus die gebruikt wordt om belangrijke computer componenten (CPU, geheugen, I/O) met elkaar te verbinden.

T

Taak

Zelfde als proces.

Thread switch

De handeling om de besturing van de processor van de ene thread naar de andere binnen hetzelfde proces over te geven.

Thread

Een uitschakelbare werkeenheid. Het omvat een processor context en de eigen gegevensgebied voor een stapel (die de programmateller en de stack pointer bevat) (subroutine vertakking te schakelen). Een thread voert sequentieel en is interruptible zodat de processor kan draaien naar een andere thread. Een werkwijze kan bestaan ​​uit meerdere threads.

Time sharing

Het gelijktijdige gebruik van een apparaat door een aantal gebruikers.

Time slice

De maximale hoeveelheid tijd dat een proces kan uitvoeren voordat het wordt onderbroken.

Time slicing

Een werkwijze waarin twee of meer processen een bepaalde hoeveelheid tijd toegewezen krijgen aan dezelfde processor.

Toegangsmethode

De methode die gebruikt wordt om een bestand, een record, of een set van records te vinden.

Trace

Een opeenvolging van instructies die worden uitgevoerd wanneer een proces wordt uitgevoerd.

Translation lookaside buffer (TLB)

Een high-speed cache gebruikt om onlangs verwezen pagina tabel ingangen te houden als onderdeel van een gepagineerd virtueel geheugen schema. De TLB vermindert de frequentie van de toegang tot het hoofdgeheugen naar de pagina tabelingangen.

Trap door

Geheim ongedocumenteerd ingangspunt in een programma, gebruikt om toegang zonder normale methoden van authenticatie te verlenen.

Trap

Een niet geprogrammeerde voorwaardelijke sprong naar een opgegeven adres, dat automatisch door de hardware wordt geactiveerd; de locatie van waaruit de sprong werd geregistreerd.

Trashing

Een fenomeen in virtueel geheugen schema's, waarbij de processor het grootste deel van zijn tijd doorbrengt met het verplaatsen stukken in plaats van het uitvoeren van instructies.

Trojaanse paard

Geheime ongedocumenteerde routine ingebed in een handig programma. Uitvoering van het programma resulteert in de uitvoering van de geheime routine.

U

Uitgeschakelde interrupt

Een conditie, meestal door het besturingssysteem gemaakt, waarbij de processor interrupt verzoek signalen van een bepaalde klasse zal negeren.

Uithongering

Een conditie waarbij een proces voor onbepaalde tijd vertraagd doordat andere processen steeds de voorkeur krijgen.

Uitvoering context

Zelfde als proces staat.

User mode

De minst bevoorrechte wijze van uitvoering. Bepaalde gebieden hoofdgeheugen en bepaalde machine instructies kunnen niet worden gebruikt in deze modus.

V

Veld

(1) Gedefinieerde logische gegevens die deel uitmaken van een record. (2) De elementaire eenheid van een record die een gegevensitem, een data aggregaat, een pointer of een koppeling kan bevatten.

Verbruikbare bron

Een bron die kan worden aangemaakt (geproduceerd) en vernietigd (geconsumeerd). Wanneer een bron wordt overgenomen door een proces, houdt de bron op te bestaan. Voorbeelden van verbruikbare middelen zijn interrupts, signalen, berichten en gegevens I/O buffers.

Vertrouwde systeem

Een computer en besturingssysteem dat kan worden geverifieerd om een ​​bepaalde beveiligingsbeleid te implementeren.

Virtueel adres

Het adres van een geheugenplaats in het virtuele geheugen.

Virtueel geheugen

De opslagruimte die door de gebruiker van een computersysteem beschouwd kan worden als adresseerbaar hoofdgeheugen waarbij virtuele adressen worden toegewezen aan echte adressen. De grootte van het virtuele opslag wordt beperkt door het adresseerschema van het computersysteem en de hoeveelheid secundaire geheugen en niet het feitelijke aantal hoofdgeheugenlocaties.

Virus

Geheime ongedocumenteerde routine ingebed in een handig programma. Uitvoering van het programma resulteert in de uitvoering van de geheime routine.

W

Wederzijdse uitsluiting

Een conditie waarbij er een reeks processen is, waarvan er slechts één toegang heeft tot een bepaalde bron of het uitvoeren van een bepaalde functie op elk moment. Zie kritieke sectie.

Werkset

De werkset met parameter Δ voor een proces op virtueel tijdstip t, W (t, Δ) is de verzameling van pagina's van dat proces waarna verwezen wordt in de laatste tijdeenheden. Vergelijk residente set.

Woord

Een geordende set van bytes of bits die de normale eenheid waarin informatie kan worden opgeslagen, verzonden of geopereerd binnen een bepaalde computer. Typisch, als de processor een vaste-lengte instructieset heeft, dan is de instructie-lengte gelijk is aan de woord lengte.

Worm

Programma dat zich over netwerkverbindingen van computer naar computer kan verplaatsen . Kan een virus of bacterie bevatten.

X

 

Y

 

Z

Zwakke semafoor

Een semafoor waarin alle processen die wachten op dezelfde semafoor gaan verder in een niet nader gespecifieerde volgorde (d.w.z. de orde is onbekend of onbepaald).